Workshops > Nederlands


 
NEDERLANDS
Workshops ronde 1:13:45 – 15:00



1.    Theo Witte & Anneke Neijt
Schoolvak Nederlands 2032
Het huidige programma stamt uit het begin van de jaren negentig en is nodig aan revisie toe. De aanhoudende onvrede over het examen ('teaching to the test'), de klacht van veel leerlingen (saai), de marginalisering van literatuur en andere ongemakken geven voldoende aanleiding om het vak tegen het licht te houden en samen nieuwe inzichten te bespreken.

2.    Gillis Dorleijn
"Het is te eenvoudig om te begrijpen”. Over de poëzie van Rutger Kopland
Wat is de aantrekkingskracht van Koplands gedichten? Ze stemmen tot nadenken, maar over wat? Ze ontroeren, maar wat gebeurt er dan met ons? Poëzie, heeft Kopland ooit eens gezegd, geeft de ervaring dat men iets nieuws leest dat men al kende. Maar hoe werkt dat dan, die ‘herinnering aan het onbekende’?

3.    Clary Ravesloot & Joyce Bunt

Verhalen lezen én schrijven. Een praktijkvoorbeeld.
Lezen en schrijven lijken twee aparte onderdelen bij het schoolvak Nederlands. Maar zijn ze dat wel? Om leerlingen een bepaald genre te leren schrijven, is het een beproefd middel om voor het schrijven samen een goed voorbeeld te bestuderen. Joyce Bunt en Clary Ravesloot laten zien van hoe je geďntegreerd lees- en schrijfonderwijs kunt vormgeven.

4.    Jimmy van Rijt
De fundamenten van grammatica
Een van de problemen van de schoolgrammatica is dat nieuwe taalkundige inzichten er niet of nauwelijks in terechtkomen. De schoolgrammatica is amper veranderd sinds het einde van de negentiende eeuw, terwijl de wetenschappelijke taalkunde zich enorm heeft ontwikkeld. In deze sessie bekijkt de workshopleider samen met de deelnemers welke taalkundige inzichten de schoolgrammatica zouden kunnen verrijken, en hoe.
 
31.    Jildau Vrieswijk & Ilse Couweleers (NIEUW)
Lezen voor de lijst voor de onderbouw en het vmbo
Hoe kunt u zelf een boek plaatsen op het niveau van uw leerlingen? In deze workshop wordt u geďnformeerd over de vastgestelde leerling- en boekkenmerken, aan de hand van de winnaars van de Jonge Jury. Door middel van groepsdiscussies verwerft u inzicht in de leesniveaus, de typen leerlingen en hoe u hen een duwtje in de rug geeft met het juiste (niveau) boek.
 


NEDERLANDS
Workshops ronde 2: 15:15 – 16:30



5.    Carien Bakker & Sanne De Vries
Twijfelen mag! Kritisch lezen bij het schoolvak Nederlands
Leesvaardigheidslessen zijn vooral gericht op het (leren) beantwoorden van tekstanalytische vragen en niet op het kritisch reflecteren op die teksten. Via een Lesson Study Methodiek proberen we het kritisch lezen te bevorderen. We voeren lessen uit, observeren en interviewen leerlingen daarbij. We delen graag de succesfactoren en valkuilen van de lessen, en ons enthousiasme over de Lesson Study Methodiek.

6.    Lia van Gemert
Literatuurgeschiedenis en het sprekende voorbeeld
Bij literatuurgeschiedenis moeten docenten een evenwicht vinden tussen een algemeen overzicht van tijdperken en sprekende tekstvoorbeelden. De reeks Tekst in Context koppelt aantrekkelijke historische Nederlandse teksten aan hun tijdvak en biedt de leerlingen actieve en creatieve stofverwerking. De lezing belicht de formule van de reeks en demonstreert die aan de hand van stofbenadering, opdrachten en docentenhandleiding van enkele delen.

7.    Jeroen Steenbakkers
Het diploma voor de werkwoordspelling
Veel middelbare scholieren worstelen met de werkwoordspelling. Deze leerlingen hebben vaak wel kennis in hun hoofd zitten, maar die is onvolledig, warrig of onjuist.
Deze bijdrage begint met een analyse van het probleem en gaat vervolgens in op een praktische aanpak die vakinhoudelijk en didactisch vernieuwend is.

8.    Gerdineke van Silfhout
Diagnostisch toetsen van schrijfvaardigheid
Door formatief te toetsen, dus aan het begin of tijdens het leerproces, krijgen uw leerlingen en u als docent inzicht in waar de leerling staat, waar hij naartoe moet en hoe hij daar komt. In deze workshop gaat u aan de slag met effectieve technieken van formatieve evaluatie bij schrijven: leerdoelen en succescriteria verhelderen; discussies, taken en activiteiten uitvoeren die bewijs leveren voor leren; activeren van leerlingen als informatiebronnen voor elkaar (peer feedback); geven van zelf- en docentfeedback.